Moord in het bronsgroen eikenhout

Jos van Cann en Peter Winkels, december 2017

'Geen enkele ochtend was ooit hetzelfde, maar deze was klassiek. Vanaf het terras voor zijn deur keek hij naar beneden, naar de bodem van het dal. Zijn dal. Grond vormde de basis van zijn bezit. Hij keek naar de zacht golvende wei, naar het uitgestrekte bezit, dat hem elke dag weer de zekerheid bood van heel veel eigen land. Hij rook gras en water en planten die zich na een nacht weer openden en hun geuren langzaam in de vroege lucht verspreidden. Dun en fris. Beneden, achter dikke rijen naaldbomen, stroomde een kleine rivier, niet meer dan drie of vier meter breed, net te ver om overheen te springen. Daar eindigde zijn terrein in een punt, bij een grote rots die in zijn eentje de loop van het riviertje een aantal meters had verlegd. Die rots was van hem. Op het diepste punt van de helling hield dat gevaarte zijn hele bezit bij elkaar. Zwaar en eeuwig. Daar keek hij naar, ook al was de steen vanaf zijn terras niet zichtbaar. Hij wist dat het rotsblok er was, meer had hij niet nodig om het te kunnen zien.'

Het rotsblok uit De erfgenaam (2013) van de bekende thrillerauteur Charles den Tex ligt bij het Zuid-Limburgse Eygelshoven, midden in het oude steenkolengebied waar het boek zich afspeelt. Den Tex is geen Limburger, evenmin als de toenmalige televisiequizmaster Theo Eerdmans, die in 1955 een detectiveroman het licht liet zien onder de titel Telefoon uit Maastricht. Toch krijgt De erfgenaam een plek in de Geschiedenis van de misdaadliteratuur in Limburg, en Telefoon uit Maastricht niet. De reden: in Eerdmans boek komt Maastricht niet voor (behalve in de herhaalde aankondigingen van het betreffende telefoongesprek), en de rest van de provincie ook niet.

De geschiedenis van de misdaadliteratuur in Limburg is nog in de maak. Het is een speurtocht van ondergetekenden naar thrillers en detectives met een stevige ‘Limburgse’ connectie. In het handboek zal leven en werk worden belicht van auteurs die ofwel in Limburg zijn geboren, ofwel er zijn komen wonen, ofwel de streek gebruiken als achtergrond voor hun werk. Bovendien bekijken we publicaties van ‘gevestigde’ literatoren uit de provincie op elementen uit de misdaadliteratuur. Ook is er aandacht voor uitgeverijen en andere organisaties die actief zijn of waren op het gebied van misdaadliteratuur.

Als begrenzing hebben we gekozen voor de geografische entiteit zoals die ook is gehanteerd in de Geschiedenis van de literatuur in Limburg (Nijmegen 2016). Maar wie in de meest zuidelijke provincie van ons land woont of werkt, weet dat grenzen betrekkelijk zijn, zeker als het gaat om misdaad. Er is maar liefst 325 kilometer grens, met België en Duitsland. De weerslag daarvan in spannende boeken is evident. We ontkomen er niet aan af en toe de grens over te steken.

Limburg

De roman Moord!, met de ondertitel Een onderzoek door inspecteur Deloor van de centrale recherche, zou men de eerste detective van een Limburgse auteur kunnen noemen. De schrijver, A. Defresne, publiceerde hem in 1931. Het boek speelt zich af in Amsterdam. Het is een speurdersroman, deels in de traditie van Sherlock Holmes, met een speelse vooruitwijzing naar de permanente botsingen tussen commissaris en rechercheur zoals die terug te vinden zijn in de boeken over Baantjer en in andere politieromans.

August Defresne werd geboren in Maastricht, als student vertrok hij naar Amsterdam en hij bleef er. Hij schreef voornamelijk toneelstukken, hoewel hij in 1961 nog een tweede Amsterdamse misdaadroman publiceerde, De inbreker, wellicht vooral bekend door de verfilming in 1972 van Frans Weisz met Rijk de Gooyer als de vertederende Mokumse boef Glimmie.

De eerste thriller die Limburg als decor heeft is - voor zover we dat kunnen nagaan - Paniek in Maastricht; oorspronkelijke mysterieroman uit 1952 van de Rotterdammer Jan de Winter.

Michael Berg

Op dit moment is Michael Berg (Michel van Bergen Henegouwen, Heerlen 1956) een van de grote Nederlandse misdaadauteurs. Hij debuteerde als thrillerauteur in 2008 met Twee zomers. Dat bleek het begin van een drieluik over de radiojournaliste Chantal Zwart die vanuit Parijs bij een zender op het Franse platteland gaat werken: in 2010 volgde Een echte vrouw en in 2012 Een nacht in Parijs waarmee Berg de Gouden Strop voor beste Nederlandstalige thriller won. “Zeg nooit nooit, maar zoals het er nu naar uitziet was dat ook het laatste deel over haar”, aldus Berg in een interview dat we onlangs met hem hadden.

Berg studeerde Nederlands en aan de Kleinkunstacademie in Amsterdam en begon aansluitend een carrière bij de nationale radio en televisie waar hij programma’s, columns, hoorspelen en zelfs een televisieserie voor kinderen maakte. Eind jaren negentig keerde hij terug naar Limburg om programmamanager bij L1-radio te worden. In 2004 vertrok hij naar Frankrijk. “We hadden de knoop doorgehakt: daar kon ik gaan schrijven. Bij L1 miste ik de creativiteit en ik wilde een thriller schrijven. Dat genre had ik tijdens mijn studie ontdekt. Hammond Innes, John le Carré, Ludlum, Ken Follet, Frederic Forsyth las ik veel liever dan de Nederlandse literatuur. En natuurlijk de serie over Tom Ripley van Patricia Highsmith, dat was voor mij de top. Een andere inspiratiebron vormde overigens de films van Claude Chabrol, met name Les Noces Rouges, in 1973 uitgebracht onder de titel Wedding in Blood.”

Nog voor zijn eerste boek was geaccepteerd door de uitgever schreef Berg het sterk autobiografische Hôtel du Lac (2011), een spannende roman over een Limburgse jongen die in de hoofdstad gaat studeren, daar verstrikt raakt in het harde leven en uiteindelijk naar Frankrijk vertrekt. In 2014 volgde Heller, ook met een sterke Limburgse component: “Daar zitten ook autobiografische elementen in. Het boek gaat over iemand die opgroeit in een kolonie in de Oostelijke mijnstreek, hij verlaat de streek, maakt het in Hilversum, maar op zijn hoogtepunt wordt hij toch weer geconfronteerd met dat verleden.”

In 2014 verscheen De laatste rit, een kort verhaal met Limburgse kleuring, in de bundel Over de grens; spannende verhalen over smokkel aan de Nederlands-Duitse grens, en een jaar later in het Amerikaanse tijdschrift Ellory Queen Crime Magazine. “Dat verhaal gaat over de grens tussen Vaals en Aken en is gebaseerd op de avonturen van mijn grootvader die daar de kost verdiende als smokkelaar.” In Het meisje op de weg (2015) vindt het grote demasqué plaats tijdens de carnaval in Maastricht: “Een voor buitenstaanders onbekende en beklemmende ambiance van drukte, lawaai en drank waarin de hoofdpersonen gedwongen worden de maskers te laten vallen.” In Bergs meest recente boek Broertje (oktober 2017) komt Limburg niet meer aan bod.