ALGEMENE LEDENVERGADERING en Lezing Gerrit van der Vorst: “De Venlose politie tijdens de bezetting”
14 april 2026
19:30 uur
Gemeenschapshuis De Bantuin – Pastoor Kierkelsplein 20, 5916 SW Venlo
Entree: leden gratis; niet-leden €7,-
Wij nodigen u uit voor de Algemene Ledenvergadering (ALV) op maandag 13 april 2024 om 19:30 uur (de benodigde vergaderstukken ontvangt u per email).
Na een korte pauze volgt om ca. 20:15 uur de lezing door Gerrit van der Vorst.
Bij onderzoek naar de WOII-geschiedenis van Venlo stelde Gerrit van der Vorst vast dat de gemeentepolitie een beladen, maar grotendeels onbekende oorlogsgeschiedenis heeft. Die geschiedenis verdient meer aandacht.
Voor de oorlog waren de ‘wouten’ van de gemeentepolitie onderbetaald, gezagsgetrouw en politiek niet bewust. De bezetting plaatste deze mannen – politievrouwen waren er nauwelijks en in elk geval niet in Venlo – voor onoplosbare problemen. Bij het bewaken van de openbare rust, orde en veiligheid kregen ze te maken met de WA, SS’ers, de Ordnungspolizei, de Feldgendarmerie en de Sicherheitspolizei & Sicherheitsdienst. Veel hadden ze niet meer in te brengen. Daarbij vaardigde de bezetter vaak ronduit criminele wetgeving (verordeningen) uit die ze moesten uitvoeren. Logisch dat politiemannen vertwijfeld, maar tevergeefs, naar hun leidinggevenden keken.
De burgemeesters Berger en Zanders voerden uit wat de bezetter van ze verlangde. Commissaris Schnebbelié wist zich geen raad met de nieuwe situatie en werd in augustus 1941 al ontslagen in verband met een vooroorlogse (joodse) kwestie. De twee volgende korpschefs waren fervente nationaalsocialisten. Inspecteur Henk Wierks kreeg als plaatsvervangend korpschef weinig speelruimte en dook in 1943 onder.
Een goed voorbeeld kregen de toch vaak goedwillende politiemannen dus niet. Als ze in ernstige gewetensconflicten kwamen, moesten ze daar zelf mee zien te ‘dealen’. ‘Als je goed wilde zijn, had je eruit moeten stappen’, zei een politieman achteraf. Maar uitstappen had financiële consequenties en dat deden er maar weinigen. En zo kon het gebeuren dat de Venlose politie zonder protest de misdadige vervolging van joden, (vermeende) ‘asocialen’ en Sinti ondersteunde. Zelfs brachten vrijwilligers in 1944 voor een extraatje tientallen arrestanten van Johan Berendsen en zijn AKD’ers naar Kamp Amersfoort.
In september 1944 werden de meeste politiemannen ontwapend en mochten ze na acht uur ’s avonds niet meer op straat komen. Het was eigenlijk gedaan met het korps, zeker toen korpschef Otto Couperus en zijn plaatsvervanger op 23 november wegfietsten uit Venlo.
Na de bevrijding volgde een herstart. Slechts vier politiemannen waren betrokken geweest bij de illegaliteit (waarvan er twee in 1943 en een derde in 1944 waren ondergedoken). Men kon de rest van het korps moeilijk ontslaan en daarmee werd de zuivering na de bevrijding een weinig verheffend sjoemelproces.
In zijn lezing zal Gerrit van der Vorst belangrijke gebeurtenissen en personen behandelen, waaronder de maar liefst vijf zware oorlogsmisdadigers die tijdelijk dienstdeden bij het korps.
De volledige uitnodiging kunt u hier vinden.
Vorige activiteit | Volgende activiteit